Leefloners

In 2019 waren er maandelijks gemiddeld 146.753 leefloners in België. Om de duurzame-ontwikkelingsdoelstelling tegen 2030 te realiseren, moet dat cijfer dalen.

The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.
The chart will appear within this DIV.

Leefloners - België

gemiddeld maandelijks aantal

duizenden personen

 2003200520102014201520192019//20032019//2014
België74.176.395.6102.8116.2146.84.47.4
//: Gemiddelde groeivoeten

POD Maatschappelijke Integratie (2019), Statistisch verslag Nummer 24 - juli 2019, p. 10 en POD Maatschappelijke Integratie (2020), rechtstreekse mededeling 05/06/2020.

Leefloners volgens gewest - België

gemiddeld maandelijks aantal

duizenden personen

 2003200520102014201520192019//20032019//2014
Brussels Hoofdstedelijk Gewest17.520.326.830.333.039.45.25.4
Vlaams Gewest23.221.925.924.827.236.82.98.2
Waals Gewest33.534.243.047.756.070.54.88.2
//: Gemiddelde groeivoeten

POD Maatschappelijke Integratie (2019), Statistisch verslag Nummer 24 - juli 2019, p. 45 en POD Maatschappelijke Integratie (2020), rechtstreekse mededeling 05/06/2020.

Leefloon: gemiddeld baremabedrag op jaarbasis per categorie - België

duizenden euro's

 200620102014201520192019//20062019//2014
1: samenwonende5.05.86.56.67.42.92.4
2: alleenstaande of dakloze (met integratiecontract)7.68.89.89.911.02.92.4
3: persoon met familie ten laste10.111.713.113.215.13.12.9
//: Gemiddelde groeivoeten

Berekeningen FPB op basis van POD Maatschappelijke Integratie (2020), Bedragen (equivalent) leefloon van 2005 tot vandaag, https://www.mi-is.be/nl/tools-ocmw/bedragen (geraadpleegd op 04/08/2020).

Leefloners volgens categorie - België

gemiddeld maandelijks aantal

duizenden personen

 200620102014201520192019//20062019//2014
1: samenwonende21.828.032.135.845.85.97.4
2: alleenstaande of dakloze (met integratiecontract)37.441.440.944.856.03.26.5
3: persoon met familie ten laste19.626.229.735.544.96.68.6
//: Gemiddelde groeivoeten

POD Maatschappelijke Integratie (2020), rechtstreekse mededeling 05/06/2020.

Leefloners volgens geslacht - België

gemiddeld maandelijks aantal

duizenden personen

 200620102014201520192019//20062019//2014
vrouwen46.754.857.364.979.04.16.6
mannen32.140.945.551.367.85.98.3
//: Gemiddelde groeivoeten

POD Maatschappelijke Integratie (2020), rechtstreekse mededeling 05/06/2020.

Leefloners volgens leeftijd - België

gemiddeld maandelijks aantal

duizenden personen

 200620102014201520192019//20062019//2014
<180.20.30.20.20.2-0.8-1.4
18-2422.228.031.834.847.05.98.1
25-4429.036.841.550.062.56.18.6
45-6424.927.626.728.633.82.44.8
>642.52.92.52.63.32.25.1
//: Gemiddelde groeivoeten

POD Maatschappelijke Integratie (2020), rechtstreekse mededeling 05/06/2020.

Definitie: een begunstigde van het leefloon of een leefloner ontvangt een uitkering genaamd 'leefloon' dat sinds 1 oktober 2002 een onderdeel is van het recht op maatschappelijke integratie (voordien het recht op het bestaansminimum). Het leefloon is het allerlaatste sociale vangnet om personen met onvoldoende bestaansmiddelen een minimaal inkomen te verschaffen dat hen in staat zou moeten stellen een menswaardig leven te leiden. Het leefloon kan worden toegekend aan personen zonder (vervangings)inkomen of met een (vervangings)inkomen dat lager is dan het bedrag van het leefloon, die geen aanspraak kunnen maken op een ander inkomen op basis van Belgische of buitenlandse wetgeving, die gewoonlijk en bestendig op legale wijze in België verblijven en die, tenzij hun gezondheid of hun specifieke situatie het niet toelaten, bereid zijn om te werken. Vanaf 1 december 2016 vallen vreemdelingen met subsidiaire bescherming onder het toepassingsgebied van de wetgeving over het recht op maatschappelijke integratie. Personen onder 25 jaar dienen een contract te ondertekenen met een persoonlijk ontwikkeld project voor maatschappelijke integratie. Vanaf 1 december 2016 moeten personen van 25 jaar of ouder die een beroep wensen te doen op het leefloon, ook een dergelijk contract ondertekenen. De leeftijdsvoorwaarde is 18 jaar maar minderjarigen die ontvoogd zijn door het huwelijk, die minstens één kind ten laste hebben of die zwanger zijn, kunnen onder dezelfde voorwaarden een beroep doen op het leefloon.

Hierbij moet worden verduidelijkt dat er geen leeftijdsbeperking is om van het recht op maatschappelijke integratie te kunnen genieten. Voor leefloners wordt automatisch een procedure opgestart voor het verkrijgen van de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) zodra de betrokkene de wettelijke pensioenleeftijd heeft bereikt. Het IGO is een uitkering die personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, kunnen krijgen indien hun maandelijkse financiële middelen minder zijn dan een bepaald bedrag - afzonderlijk vastgelegd voor alleenstaanden en samenwonenden - en indien zij aan bepaalde voorwaarden inzake nationaliteit en hoofdverblijfplaats voldoen (POD MI, 2019c; Federale Pensioendienst, 2019).

Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) van elke gemeente onderzoekt, in het kader van de wetgeving over het recht op maatschappelijke integratie, de bestaansmiddelen van de aanvrager en bepaalt in overleg met hem de meest gepaste hulp. Die hulp kan bestaan uit tewerkstelling, een gedeeltelijk of volledig leefloon, een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie of een combinatie van die hulpmiddelen. De indicator wordt uitgedrukt in duizenden personen en de gegevens komen van de Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie.

Doelstelling: het aantal leefloners moet dalen.

De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s die de Verenigde Naties in 2015 hebben aangenomen, bevatten subdoelstelling 1.3: "Nationaal toepasbare sociale beschermingssystemen en maatregelen implementeren voor iedereen, met inbegrip van sociale beschermingsvloeren, en tegen 2030 een aanzienlijke dekkingsgraad realiseren van de armen en de kwetsbaren".

Het federaal regeerakkoord van oktober 2014 heeft het volgende bepaald met betrekking tot socialebijstandsuitkeringen, zoals het leefloon: "De regering verhoogt geleidelijk de minimum sociale zekerheidsuitkeringen en de sociale bijstandsuitkeringen tot het niveau van de Europese armoededrempel. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de uitkeringen voor personen met het hoogste armoederisico. De sociale voordelen die met sommige sociale uitkeringen gepaard gaan, zullen worden meegeteld in de vergelijking met de Europese armoedenorm" (Federale Regering, 2014). Er wordt aangenomen dat die doelstelling een invloed zal hebben op de evolutie van het armoederisico, waarvoor vermeld wordt dat het moet dalen om in de richting van de doelstellingen te gaan.

Sinds 8 januari 2005 zijn er drie categorieën van gerechtigden op het leefloon met elk een specifiek bedrag, dat afhankelijk van het bestaansmiddelenonderzoek door het OCMW al dan niet volledig wordt toegekend. Die categorieën zijn een samenwonende persoon (categorie 1), een alleenstaande of dakloze met wie een integratiecontract werd gesloten (categorie 2) en een persoon met een familie ten laste, met name de echtgenoot of levenspartner, het ongehuwd minderjarig kind of meerdere kinderen onder wie minstens één ongehuwd minderjarig kind (categorie 3). Voor 8 januari 2005 was er nog de categorie voor alleenstaanden met onderhoudsverplichtingen of co-ouderschap getiteld 'alleenstaande persoon met recht op verhoogd bedrag'.

Tussen 2006 en 2018 steeg het gemiddeld leefloonbedrag op jaarbasis voor categorie 1 van 5.043 euro tot 7.189 euro. Voor categorie 2 en 3 steeg dit bedrag respectievelijk van 7.564 euro tot 10.784 euro en van 10.085 euro tot 14.621 euro.

Evolutie: tussen 2003 en 2008 steeg het gemiddelde maandelijkse aantal leefloners gestaag van 74.098 tot 83.074. In de twee daaropvolgende jaren steeg dat aantal beduidend sneller tot 95.642 in 2010, wat allicht verklaard kan worden door de verslechtering van het socio-economisch klimaat door de financieel-economische crisis. Het gemiddelde maandelijkse aantal leefloners stabiliseerde zich tot 2012 rond dat niveau en steeg daarna weer tot 102.758 in 2014. Een combinatie van structurele (onder meer de arbeidsmarktpositie van risicogroepen) en conjuncturele factoren (de financieel-economische crisis van 2008) ligt mee aan de basis van de globaal stijgende trend (POD MI, 2015). Daarna steeg dat aantal sterk tot 140.259 personen in 2017. Naast de bovenvermelde factoren dragen onder meer de groeiende onzekerheid van bepaalde risicogroepen (laaggeschoolden, deeltijdse werknemers, eenoudergezinnen, allochtonen enz.) en, meer recent, wijzigingen in de wetgeving over de werkloosheidsverzekering en beroepsinschakelingsuitkering evenals de stijging van het aantal erkende vluchtelingen bij tot die toename (POD MI, 2019b en 2019c). Tussen 2017 en 2019 steeg het gemiddelde maandelijkse aantal leefloners minder sterk, namelijk van 140.259 tot 146.753. Die minder sterke stijging komt enigszins overeen met het stijgingsritme vastgesteld voor de financieel-economische crisis (POD MI, 2019b en 2019c).

Voor de periode 2003-2019 is het aantal leefloners ongeveer verdubbeld. Die evolutie is het logische gevolg van de vaststelling dat jaar op jaar de instroom naar het leefloon groter is dan de uitstroom. In dat verband wordt sinds 2015 een daling vastgesteld van het niveau van de in- en uitstroom. De dynamiek in de leefloonpopulatie is dus sinds 2015 gedaald. Dit wijst er vermoedelijk op dat de leefloonpopulutie meer dan voor 2015 bestaat uit een 'harde kern' van rechthebbenden, die geconfronteerd wordt met een veelheid van problemen die hun maatschappelijke integratie via een betaalde job belemmeren (POD MI, 2019b, p.29).

Internationale vergelijking: er zijn binnen de EU geen geharmoniseerde gegevens beschikbaar over dat type bijstandsuitkering.

Opsplitsing volgens gewest: het gemiddelde maandelijkse aantal leefloners in 2019 bedraagt 39.390 in Brussel, 36.835 in Vlaanderen en 70.528 in Wallonië. Voor België is dit cijfer 146.753. In 2018 bedraagt het aandeel leefloners in het totaal aantal inwoners van België 1,3%. Voor Brussel is dit cijfer 3,2%, voor Vlaanderen 0,6% en voor Wallonië 1,9% (POD MI, 2019a).

VN-indicator: de gekozen indicator stemt overeen met indicator 1.3.1 - Deel van de bevolking met een socialebeschermingsvloer of -systeem, naar geslacht en met onderscheid naar kinderen, werklozen, ouderen, gehandicapten, zwangere vrouwen, pasgeborenen, slachtoffers van arbeidsongevallen, armen en kwetsbaren.

Bronnen

  • Algemeen

    • SDG’s, duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals): United Nations (2015), Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 25 September 2015, document A/RES/70/1.

    • Indicatoren: United Nations (2017), Work of the Statistical Commission pertaining to the 2030 Agenda for Sustainable Development. Resolution adopted by the General Assembly on 6 July 2017, document A/RES/71/313.

    • UN Sustainable Development Knowledge Platform: https://sustainabledevelopment.un.org/ (geraadpleegd op 14/10/2019).

    • Sustainable Development Goal indicators website: https://unstats.un.org/sdgs/ (geraadpleegd op 14/10/2019).
  • Specifiek

    • Federale Regering (2014), Federaal regeerakkoord, 9 oktober 2014, http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/0020/54K0020001.pdf (geraadpleegd op 30/11/2015).

    • Federale Pensioendienst (2019), De Inkomensgarantie voor ouderen (IGO), https://www.sfpd.fgov.be/nl/recht-op-pensioen/igo (geraadpleegd op 14/10/2019).

    • POD MI (2015), Leefloon, Statistisch rapport / Nummer 12 – September 2015, Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie.

    • POD MI (2019a), Barometer voor Maatschappelijke integratie, aantal leefloners per 1.000 inwoners (‰), verdeling per gewest in 2018/01, https://stat.mi-is.be/nl/dashboard/ris_entities?menu=drilldown (geraadpleegd op 14/10/2019).

    • POD MI (2019b), Focus 24 - Een vergelijking van de dynamiek in het minimuminkomen: instroom en uitstroom in België, Nederland en Frankrijk, Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie.

    • POD MI (2019c), Statistisch verslag Nummer 24 – juli 2019, Programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie.