Inkomensongelijkheid

  •  08/02/2018
The chart will appear within this DIV.

Inkomensongelijkheid

inkomenskwintielverhouding S80/S20

 2004200520102011201220132014201520162016//20042016//2011
België3.94.03.93.94.03.83.83.83.8-0.2-0.5
EU-28----4.95.05.05.05.25.25.1--0.4
//: gemiddelde groeivoeten

Statistics Belgium; Eurostat (2017), European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC), ilc_di11, http://ec.europa.eu/eurostat (geraadpleegd op 08/11/2017).

Deze tekst komt uit het rapport Aanvullende indicatoren naast het bbp van februari 2018.

Definitie: de inkomenskwintielverhouding van de bevolking is een maatstaf van inkomensongelijkheid. Het is de verhouding van het totale beschikbaar equivalent inkomen (dat rekening houdt met de omvang en de samenstelling van het gezin volgens de zogenaamde gewijzigde OESO-equivalentieschaal, waarbij een volwassene een factor heeft van 1, elke extra persoon vanaf 14 jaar een factor van 0,5 en elke extra persoon jonger dan 14 jaar een factor van 0,3) van de 20 % personen met het hoogste inkomen ten opzichte van het totale beschikbaar equivalent inkomen van de 20 % personen met het laagste inkomen. De hier gebruikte inkomensgegevens zijn gebaseerd op de enquête European Union Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC). De inkomensgegevens hebben steeds betrekking op het jaar dat voorafgaat aan het enquêtejaar. Statistics Belgium organiseert in België deze binnen de EU geharmoniseerde enquête en stelt de resultaten ervan ter beschikking, onder meer aan Eurostat. De hier gebruikte gegevens komen van Eurostat (2017) dat gedetailleerde en vergelijkbare data voor de EU-lidstaten publiceert.

Evolutie: volgens de EU-SILC-enquêtes fluctueert de inkomenskwintielverhouding rond 3,9 in de periode 2004-2016. Die indicator blijft relatief stabiel: in 2004 bedraagt die 3,9 en sinds 2013 is de inkomenskwintielverhouding gelijk aan 3,8 [Federal Public Service Social Security (2017), Analysis of the evolution of the social situation and social protection in Belgium 2017, Monitoring the social situation in Belgium and the progress towards the social objectives and the priorities of the National Reform Programme, Brussels, Federal Public Service Social Security, July 2017, https://socialsecurity.belgium.be/en/publications/analysis-evolution-social-situation-and-social-protection-belgium (geraadpleegd op 20/11/2017)]. De inkomensongelijkheid in de EU-28 situeert zich op een hoger niveau dan in België en steeg van 4,9 in 2010 tot 5,1 in 2016. Het blijkt dat de inkomensongelijkheid in bijna de helft van de lidstaten is toegenomen, dit in tegenstelling tot België waar de indicator relatief stabiel bleef [EU (2016), Social Protection Committee Annual Report 2016, http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=738&langId=en&pubId=7936 (laatst geraadpleegd op 3/11/2016)]. In een verdeling van de lidstaten in drie groepen behoort België in 2016 tot de best presterende groep.

Doelstelling: de Federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling stelt dat "Aangezien een inclusieve maatschappij het welzijn van elke persoon wil bevorderen, zal het essentieel zijn om armoede en sociale ongelijkheden te bestrijden" (inleiding van de uitdaging "Een maatschappij die de sociale cohesie bevordert"). De duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s) bevatten het volgende doel en subdoelstelling: "Dring ongelijkheid in en tussen landen terug" (doel 10) en "Beleid voeren dat geleidelijk tot een grotere gelijkheid leidt, in het bijzonder inzake fiscaliteit, lonen en sociale bescherming" (subdoelstelling 10.4). Omdat de inkomensongelijkheid in België in vergelijking met de andere EU-lidstaten laag is en bovendien stabiel is gebleven, gaat het rapport ervan uit dat, om bij te dragen tot de uitdaging van de Federale beleidsvisie en de SDG-subdoelstelling, de inkomenskwintielverhouding, als maatstaf voor inkomensongelijkheid, niet mag stijgen.